Weggespoelde Romeinen

Achtergrond
Romeinen

18 april 2018  |   |  Leestijd: 2 minuten

Toen de Romeinen voor het eerst de Waddenzee zagen, waren ze stomverbaasd dat hier mensen konden leven. Grote voetlegers, op weg om Germania in te lijven, werden kansloos weggespoeld – door het opkomende getij.

Het getij dat buit je niet uit, daar speel je mee

De Romeinen kwamen nooit meer terug, en de Friezen en de Saksen bleven vrij. Deze mensen speelden met het getij – de levensadem van het gebied. Met elk laag water bogen de biezenvlechters mee, de pierenverzamelaars, zelfs het vee – en met elk hoog water trokken ze weer terug. Terug naar zelfopgeworpen hoogten. Vluchtheuvels. Plekken waar ze zelfs winterstormen wisten te doorstaan.

Deze hoogten liggen nog steeds van west naar oost verspreid door het waddenland. Terpen – of eigenlijk wierden, ‘dorpen’, op ‘hoogten’. Maar ze zijn niet langer bestand tegen het huidige getij. Dikke deltadijken scheiden de hoge gronden, eens óók kwelders, van de overgebleven Waddenzee – en de eilanden op de horizon.

De Waddenzee ademt nog elke dag. In, en uit. Je kunt het elke dag zien, als je op de dijk staat – en elke nacht horen, als het klotsen terugkeert, en weer afsterft. Dit getij, Ons Getij, is de levensadem van het gebied.

Wanneer deze adem stokt, als het zeewater stijgt tot aan onze lippen, wanneer dit getij hoger zwelt dan ooit tevoren – en dan niet meer wegtrekt over een zinkende wadbodem, dan eindigt ons verhaal, dáár eindigt ons verhaal, ons duizenden jaren lange verhaal.

De ijskappen, de bodem, het gas – de balans raakt zoekt. Vóór die tijd moet onze hebzucht stoppen, vóór die tijd moet onze wijsheid terugkeren. Het getij buit je niet uit. Het getij daar speel je mee. Volgens de aloude regels van het wad.

Romeinen Waddenzee
Zo schreven de Romeinen over de Waddenzee en de mensen die ze er aantroffen. Afbeelding uit rapport (PDF) ‘Toekomst Waddenzee – een stijgende zeespiegel over een dalende bodem’.