Hoe het Friese dorp Ternaard worstelt met nieuwe gasboring

Achtergrond
Ternaard

11 april 2018  |   |  Leestijd: 4 minuten

In 1991 deed de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) de eerste poging om aardgas boven de grond te halen bij het Friese waddendorp Ternaard. Die boring mislukte. Nu waagt de NAM een nieuwe poging. Journalist Frank Petersen polst in Ternaard het humeur rond het nieuwe gaswinningsplan. ‘De sfeer in het dorp is dat het tij niet meer is te keren.’

‘Laat dat gasbelletje toch zitten’

Ongeveer twee kilometer achter de waddendijk ligt Ternaard. Tussen dijk en dorp niets dan lege akkers met daarboven een felle zon en grijze wolken. De wind jaagt de wolken over de dijk in de richting van het Friesche Zeegat tussen Ameland en Schiermonnikoog. Ternaard was vroeger het hoofddorp van de gemeente Westdongeradeel. Het oude stadhuis werd verbouwd tot appartementencomplex. Zo’n ‘bijzonder penthouse met een schitterend uitzicht over het dorp, de landerijen en de Waddenzee’ staat te koop voor 275.000 euro.

Op de weg tussen dijk en dorp wandelt Ria Postma. ‘Ik loop dagelijks een rondje om het dorp’, vertelt ze in de ochtendzon. ‘Even heerlijk bewegen in de frisse lucht. Het is hier zo lekker vrij en je hebt van niemand last.’ Ze vertelt ook over de onrust in het dorp door het nieuwe gaswinningsplan. ‘Ik snap dat wel. Het is hier mooi en je hoopt dat het niet net zo gaat als in Groningen, dat de waarde van je huis daalt en je schade lijdt. Bang is een groot woord, maar ik zie de bui al hangen. Vooral met alles wat ik nu over Groningen weet. Hoe ziet het er hier straks uit? Er was een voorlichtingsavond van de regering en de NAM. Straks komt er nog een avond met tegenstanders en experts. Daar wordt natuurlijk over gepraat in het dorp. Ik denk dat de zorgen wel wat groter aan het worden zijn.’

Gasbel onder de boerderij

Parallel aan de waddendijk loopt een weg. Op goed geluk rijd ik het erf op van de eerste boerderij die ik zie: Ildaard’s Plaats. Een hond springt op als hij me ziet, rent blaffend mijn kant op en kwispelt voor mijn voeten. Samen met de hond zoek ik de deurbel. Een jonge vrouw doet open en ik vraag haar over de boorplannen. ‘Dan moet u mijn man hebben’, zegt ze en loopt het huis in. Haar man komt in korte broek naar deur. Tot mijn grote verbazing heb ik aangebeld bij Jan de Graaf, voorzitter van Dorpsbelang Ternaard. Het gas dat de NAM boven de grond hoopt te halen, zit recht onder zijn boerderij. ‘Mijn persoonlijke mening? Laat dat kleine belletje gas dat er nog is maar zitten en stop zoveel mogelijk geld in andere oplossingen. We weten allemaal dat we iets anders moeten voor onze energie, dus laten we nu maar accepteren dat dat gebeurt. En wat kost het niet allemaal voordat een kuub gas bij iemand in huis is? Al die investeringen, al die procedures, voorlichtingsavonden, poespas en heisa. Weet je wat het is? Veel mensen hier weten dat de boorplaat na de mislukte boring van 1991 is blijven liggen. Dus eigenlijk wisten we ook dat ze ooit weer zouden proberen.’

‘Gaswinning was niet te stoppen’

Volgens De Graaf is Dorpsbelang Ternaard verdeeld. ‘De indruk is dat je nu nog geen ja of nee kunt zeggen. Boeren waren eerst ook tegen de aangekondigde gaswinning en konden de mensen van de NAM in het begin ook wel van hun land houden. Maar ze zagen ook dat als ze dat bleven volhouden, die leidingen er toch kwamen, maar dan zonder compensatie. Als je het dan toch niet kunt tegenhouden, dan kun je beter goed worden betaald. Maar goed, ze moeten dat gas eerst nog maar eens vinden.’ Hij was ook bij de voorlichtingsavond van het ministerie en de NAM over gaswinning. ‘Daar zijn dan allemaal mensen met plaatjes’, zegt hij wijzend naar z’n borst. ‘Ik geloof wel meer dan twintig. Die zijn daar voor hun werk en vertellen wat zij weten en vinden. Natuurlijk gaan we als Dorpsbelang Ternaard ook andere instanties uitnodigen om hun kennis en verhalen te horen. Maar ja, de sfeer in het dorp is toch een beetje dat het tij niet meer is te keren. Laat het dan maar doorgaan.’

‘De NAM strooit met cadeaus’

Bij een mooie moestuin voert een man zijn kippen. Ik bel aan voor een gesprek. Een wat oudere dame doet open en kijkt aarzelend om de deur. Ik vraag naar de man die net nog in de tuin werkte. Ze neemt me mee naar binnen. Even later zit ik aan tafel met een kop koffie en een plak koek. ‘Nee, zet onze namen er maar niet bij. Dat is nergens voor nodig’, zegt de man. Zijn zus knikt. Ik vraag hun mening over de boorplannen. ‘Ik ben tegen’, zegt ze. ‘Vooral vanwege de Waddenzee, want door de stijging van de zeespiegel vallen de wadplaten straks niet meer droog. De Waddenzee is nu werelderfgoed. Daar moet je zuinig op zijn. Alleen al daarom moet je hier niet opnieuw beginnen.’ Haar broer vult aan: ‘Straks krijgen we dezelfde toestanden als in Groningen. En de NAM strooit hier in de regio met cadeaus, een beetje als Sinterklaas. Eerst paaien en dan kun je er later niet meer tegen zijn, lijkt het wel. Er is wel een inspreekavond of er komt een bus van de NAM en dan mag je vragen stellen.’ Dan gelaten: ‘Daar kun je wel heen gaan, maar je hebt toch niets te vertellen.’

Verlaten boorplek vol roest

Later wijst hij mij de weg naar de voetbalvereniging. Achter de velden ligt namelijk de boorplaat uit 1991. Daar is niemand te bekennen. Om de boorplaat staat een hoog hek met prikkeldraad. Aan de roestige plekken te zien, stamt het hek ook nog uit 1991. In het hek zit een poort met twee grote waarschuwingsborden. Het hek zit op slot, natuurlijk. Naast het hek ligt weggewaaid landbouwplastic en een hondendrol. Midden op de vierkante plaat steekt een hoog, verroest ding uit het asfalt. Het lijkt op een keukenkraan, maar heeft ook iets weg van een oud kanon. Het is net of ik bij het onderwerp ‘gaswinning’ sta in het Arnhemse openluchtmuseum. Alles uit het jaar 1991 en veel roest.

Wanneer ik wegrijd, zie ik recht tegenover de toegangsweg een oud kerkje. Daar raak ik aan de praat met Klaas Schoorstra, een aannemer uit het dorp. De gevelsteen van de kerk is door weer en wind nauwelijks nog leesbaar. ‘Gode alleen de eere’ weten we uiteindelijk te ontcijferen. Ook hem vraag ik naar de boorplannen. ‘Ik hoef het niet, want ik doe alles zelf’, zegt hij lachend. ‘Met zonnepanelen en een goede houtkachel voor de cv. Daar ben ik vier jaar geleden mee begonnen om te besparen, en ook voor het milieu. Als die gaswinning hier net zo gaat als in Groningen dan is dat niet best. Maar als je al die voorlichters nu hoort, valt dat wel mee. Maar die voorlichters hoor je over twintig jaar niet meer en dan wonen wij nog steeds hier. Er zijn genoeg ontwikkelingen voor energie uit zon en wind. Als je nadenkt over de toekomst, dan heeft eigenlijk niemand dit meer nodig.’